een klasse apart in verzekerde kwaliteit

Wat heeft Rutte III voor u in petto?

Het nieuwe kabinet komt met een aantal nieuwe maatregelen die vanaf volgend jaar invloed hebben op uw financiŽle situatie. Het belastingstelsel gaat op zín kop, net als het pensioenstelsel, het lage btw-tarief gaat omhoog en ook wat betreft hypotheek verandert er het nodige. We zetten graag op een rijtje wat een aantal plannen uit het regeerakkoord voor u betekenen.

Hypotheekrenteaftrek en eigenwoningforfait

Tot 2013 kon u het bedrag dat u aan hypotheekrente betaalde, volledig aftrekken voor de inkomstenbelasting. Dat leverde een mooi belastingvoordeel op, maar kostte de schatkist ook veel geld. Vanaf 2013 is de maximale aftrek steeds met een half procentpunt per jaar verlaagd: van 52 procent naar 50 procent in 2017. Het plan was om in 2041 uit te komen op een maximale hypotheekrenteaftrek van 38 procent. Het nieuwe kabinet heeft het tempo van de verlaging fors verhoogd. Vanaf 2019 gaat de maximale hypotheekrenteaftrek met 3 procent per jaar omlaag tot 37 procent in 2022. Voor inkomens in de hoogste belastingschijf is dat een flinke financiële tegenvaller.

Elke huiseigenaar moet het eigenwoningforfait optellen bij het inkomen en daarover belasting betalen. Zo wordt het fiscale voordeel van de hypotheekrenteaftrek (dat huurders niet hebben) enigszins gecompenseerd. In 2004 werd de Wet Hillen ingevoerd om mensen die hun hypotheek al hadden afgelost (en dus geen hypotheekrenteaftrek meer hebben) vrij te stellen van het eigenwoningforfait. In het nieuwe regeerakkoord wordt het effect van de Wet Hillen in 30 jaar afgebouwd. Ook huizenbezitters zonder of met een heel kleine hypotheek gaan dus belasting betalen over de eigen woning. 

De maximale hypotheek is in 2013 teruggebracht van 125 procent van de woningwaarde naar 105 procent. In de jaren erna ging daar steeds 1 procent per jaar vanaf. In 2018 mogen kopers nog maximaal 100 procent van de taxatiewaarde lenen. De ‘kosten koper’ en andere bijkomende kosten moeten dus zelf gefinancierd worden. Dit blijft zo in het nieuwe regeerakkoord. 

Een nieuw pensioenstelsel

Het pensioenstelsel gaat ook veranderen. We blijven wel verplicht pensioen op te bouwen en we delen met z’n allen de risico’s op tegenvallende rendementen, maar iedereen spaart voortaan voor een eigen persoonlijk pensioenvermogen. De inleg blijft hetzelfde, maar het rendement van een euro die door een jongere is ingelegd is hoger dan de euro van een oudere werknemer – door de langere tijd om te renderen. Door de introductie van de persoonlijke pensioenpot is het overzichtelijker wat een werknemer heeft gespaard. Hoe het nieuwe pensioenstelsel precies vorm krijgt, moet nog blijken.

Wilt u weten wat dit allemaal voor uw financiële zekerheid in 2018 betekent, neem dan contact met ons op.